|
geslacht: |
Zandbijen
|
![]() Andrena fulva © foto: Pieter van Breugel ![]() Stuifkuil met nestgaten © foto: Huib Koel |
| omschrijving: Met 72 bekende exemplaren zijn de Zandbijen de grootste groep van de Nederlandse wilde bijen. Specifieke vliegtijd-kenmerken voor de groep zijn dan ook niet te geven: enkele vliegen op het moment dat de wilgen beginnen uit te lopen (grijze zandbij), anderen komen pas te voorschijn in het midden van de zomer (heidezandbij). Sommigen zijn pioniers onder de insecten, anderen worden vaak gezien in stadstuinen en zijn dus eerder cultuurvolgers. Enkele maken nesten verticaal in de grond, anderen hebben een zand- of leemwal nodig om een nest horizontaal te maken.Wat ze wel gemeen hebben is een vrij korte tong en verzamelharen voor het transport van stuifmeel aan de achterpoten. De voorvleugels van zandbijen hebben 3 submarginale cellen en slechts een zeer zwak gebogen basale ader (loopt schuin van het midden tot aan de rand van de vleugel). Binnen de Andrena's is nog een onderscheid te maken tussen de dwergzandbijtjes (minutula-groep), zandbijtjes niet groter dan circa 8 á 9 milimeter en de overige zandbijen. De vrouwtjes van deze laatste groep zijn meestal groter dan 11 milimeter. Van de zandbijen staan 38 soorten op de Rode Lijst (RL). *= niet verder beschreven |
|||


